Saturday, February 9, 2019

Kanariepret

Vanaf het begin dat ik hier in Griekenland woon hebben we een kanarie. 
Het begon met één kanarietje en omdat één vogeltje in een kooitje zo zielig is, werden het er al gauw twee. En omdat zo’n klein kooitje ook niet werkt voor Sel, werd er algauw een vogelvilla gemaakt.  
In de vogelvilla hebben Valkparkieten gewoond, een hele reeks kanaries en zelfs Karamela, ons hondje, heeft haar eerste nachten in de vogelvilla mogen doorbrengen. 
Maar de vogelvilla deed niet aan de verwachtingen van mijn man en een paar jaar geleden werd er een upgrade gemaakt.  
Dit vogelappartement hangt in de zomer op het terras en in de koude wintermaanden staat hij gezellig binnen. 
Zo makkelijk wij wisselden van kooien, nog makkelijker passeerden de kanaries hier de revue.  
Immers, kanaries gaan dood.  
En makkelijk ook.  
Zo is de vogelvilla tijdens een heftige eens storm omgewaaid, brak de kooi open en verdwenen de kanaries. Al snel werden de vogeltjes vervangen en zat er een nieuw koppeltje kanaries in de kooi.   
Maar dit stel had continue ruzie.  
Wanneer onze vette kanarie wilde eten, werd zijn vrouwtje boos en joeg hem bij het eten vandaan. Hij zat dan treurig in een hoekje toe te kijken hoe zijn valse kanarie-genote zich tegoed deed aan het sappige appeltje, het verse eitje of gewoon het zaad.   
Wij maakten onderling grapjes dat zijn vrouwtje vond dat hij te dik was en dat water drinken het enige was dat ze toestond. 
Het waren maanden van marteling.  
Hij zong niet meer en vocht voor zijn portie zaad.  
Op een ochtend troffen we hem zingend aan. 
Het was lang geleden dat onze gevederde vriendje uit volle borst in zijn kooi de hoogste noten schalde. 
Eenmaal dichterbij gekomen, zagen we de reden van zijn vrolijke bui. 
De kanarie-genote lag dood op de bodem van de kooi. 
Keurig met de pootjes in de lucht. 
Ons vriendje was kennelijk opgelucht en tetterde er vrolijk op los. 
Hij at direct zoveel hij kon en groeide aanzienlijk in de breedte. 
We besloten dat hij geen last had van eenzaamheid en er kwam dus geen tweede exemplaar bij. 

Die bewuste ochtend, dat ik de woonkamer inliep en onze kanarie-spotify niet hoorde. 
Da’s raar. 
Da’s stil. 
Tijdens het voorbij gaan keek ik over mijn schouder naar de kooi en zag ons gevederde vriendje drinken uit het bakje met water. 
Drie stappen verder realiseerde ik me dat hij wel een hele vreemde drinkhouding had aangenomen. Ik deed een paar passen terug en staarde naar de kooi. 
“Hij is dood, Max!” zei ik, terwijl ik vol ongeloof naar het beestje keek. 
Terwijl ik mijn hoofd langzaam in de richting van mijn zoon draaide, zag ik waarom ik niet direct een antwoord kreeg. 
Max beet op zijn lip en deed heel veel moeite zijn lachen in te houden. 
Ons vette vriendje hing namelijk ondersteboven in zijn waterbakje. 
Ik noem het een zoete wraak van zijn dode ‘vrouwtje’. 

Het volgende stelletje was een leuk kanarie stel. 
Hij was verliefd, zij minder. 
Hij fladderde achter haar aan, probeerde haar te imponeren met de mooiste tonen, maar ze was niet geïnteresseerd. 
Het was geen match en de dag dat het deurtje op een kiertje stond, mevrouw kanarie ontsnapte en onze rode kater een einde maakt aan haar avontuur en tevens aan haar leven kwam voor ons nieuwe vriendje als een geluk bij een ongeluk. 
Want zijn nieuwe kooi-genote was wel een match! 
Opnieuw zingen. 
Opnieuw fladderen en jawel, na enige weken waren ze samen druk bezig met een nestje dat bestond uit gras en hondenharen. 
De kleine groene gestippelde eitjes waren haar schat. 
Ze kwam niet van het nestje af en broedde tot ze er letterlijk en figuurlijk bij neerviel. 
Het was heel triest een dood kanarietje aan te treffen op haar nest. 
Ook het mannetje zat er stilletjes bij. 

Maar hoe snel hij haar was vergeten, daar kwamen we achter toen we diezelfde week een nieuw vogeltje bij hem in het kooitje plaatsten. 
(En ja... De dierenwinkel was blij met ons als vaste kanarieklant) 
De periode van rouw was achter de rug en sloeg om in liefde op het eerste gezicht! 
Het zingen, fladderen en jawel... zoenen was weer begonnen. 
Hele avonden zaten ze samen te ‘fluisteren’ en te kwebbelen. 
Een nestje werd gemaakt en opnieuw kwamen er eitjes. 
Maar dit vrouwtje zorgde goed voor zichzelf. 
Enige dagen later lagen de eitjes op de bodem van de kooi en begon ze van voren af aan. 
Een schoon nest, nieuwe eitjes en opnieuw belandden ze op de bodem van de kooi. 
Wij keken er niet meer van op. 
Ze waren gelukkig met z’n twee en dat telde. 
Elke ochtend bedelde onze vogelman om een stukje brood tijdens het ontbijt en ook tijdens het koken liet hij op zijn manier weten sla op zijn menu te hebben. 

En dan die ochtend dat hij je niet begroet met zijn vrolijke gefluit. 
Dat valt op. 
Dan schieten je ogen naar de kooi, want het zal toch niet weer dat... 
Maar niets was minder waar. 
Papa en mama parkiet zaten samen op het randje van het nestje met de eitjes te kijken naar hun kuiken. 
Toen ik over hun schoudertjes meekeek, keek papakanarie me aan en liet een zachte ‘Peeeeep?’ horen. 
Ik moest zachtjes zijn, dat was duidelijk. 
Een klein kaal babyvogeltje sperde zijn grote snavel wijd open en mamakanarie dropte er een kwakje eten in. 
Een kuiken zo groot als je pinknagel en zo lelijk als de nacht. 
Paul was geboren. 

De volgende dag. 
Ik zat achter mijn laptop te werken met een lekkere bak thee. 
De kersverse ouders tutten en voerden. 
Het was stil in huis en gemoedelijk. 
Totdat papa kanarie driftig begon te fladderen en te fluiten. 
Hij ging op zijn voorste stok zitten, rekte zijn nekje uit en floot de hoogste toon. 
Ik verloor mijn aandacht van mijn werk en keek hem aan. 
What’s wrong, buddy?” vroeg ik terwijl ik mijn stoel naar achteren schoof en met mijn thee in mijn handen naar de kooi liep. 
Er was helemaal niets wrong. 
Papanarie was blij. 
Heel blij en ik moest het horen. 
Paulien was geboren. 

Inmiddels zijn we drie dagen verder en zijn papanarie en mamanarie de trotse ouders van Paul, Paulien en Patrick.  
Prik zit nog even in haar ei. 
Mamanarie houdt haar kinders goed warm, Prik vindt dat vast fijn. 
We wachten af en zijn stil. 
Heel stil. 


Kanariepret

Vanaf het begin dat ik hier in Griekenland woon hebben we een kanarie.   Het begon met één kanarietje en omdat  één  vogeltje in een ...